Opzij - april 2007

Vrouwen zijn een leukere soort dan mannen
Opzij * 4 april 2007 * Cisca Dresselhuys


Documentairemaker Frans Bromet langs de Feministische Meetlat

"Hij filmt alleen maar gewone mensen. ‘Bekende Nederlanders zie je al zoveel op tv, als een soort ziekte.' Met zijn dochters en schoonzoons vormt hij een bedrijf: ‘We zijn een zeer hechte familie.' Voorkeursbeleid voor vrouwen vindt hij idioot. ‘Daardoor maak je zwakke, zielige en onvolwaardige mensen van ze.'
Over privacy doet hij niet moeilijk. Je mag mensen best in hun kamer filmen; hadden ze de gordijnen maar dicht moeten doen.' Frans Bromet (62), filmer van onder andere Buren, De verbouwing, De winkelwagen en Dier vermist, langs de Feministische Meetlat.
 

Zonder vrouwen zouden zijn programma's een stille dood sterven. Want vrouwen denken meer na over wat er in het leven gebeurt, ze praten er ook meer en makkelijker over. Bovendien laten ze hem vaker toe in hun leven dan mannen. Die zeggen snel en gedecideerd: ‘Nee, dat is privé, daar hebt u niets mee te maken.' Geen wonder dus dat hij vrouwen leuker vindt dan mannen. ‘Inderdaad, ik vind vrouwen een leukere soort dan mannen. Ik heb altijd veel vrouwen in mijn buurt, ook om mee te werken. Dat vind ik prettig. Voor mijn programma's, waarin ik altijd gewone mensen portretteer, spreek ik bijna alleen maar vrouwen aan. Ik moet er echt aan denken af en toe een man aan te schieten.'

Hoe komt dat?
‘Van nature heb ik liever met vrouwen te maken. Van hen verwacht ik meer verhaal dan van mannen. Niet dat vrouwen allemaal "ja" zeggen, maar voordat ze een besluit nemen, wikken en wegen ze. Ze vinden het sowieso moeilijker om "nee" te zeggen. Mannen hebben gelijk iets van: "Nee zeg, hoe kom je erbij, dat is privé, geen sprake van." Vrouwen hebben ook leukere verhalen. Ze hebben meer nagedacht over gebeurtenissen en hebben daar veel meer gevoelens bij, dus ze kunnen er meer over vertellen. Ze zijn openhartig, niet protserig. En ze vertellen hun verhaal makkelijk. Ze piekeren ook meer over de dingen des levens, denk ik.'
Je hebt pas de serie De winkelwagen gemaakt, waarin je mensen opving bij de kassa van de supermarkt, in hun boodschappenwagentje keek en daar vragen over stelde. En dan wilde je mee naar huis voor een langer gesprek. Lukte dat makkelijk?
‘In die zes programma's zaten twaalf mensen, van wie negen vrouwen. We filmden zo'n 30 tot 40 minuten, waarvan uiteindelijk 10 minuten werden gebruikt. Bij ons mag iedereen de montage zien voordat iets wordt uitgezonden. In dit geval hebben maar drie mensen daar gebruik van gemaakt en alle drie hadden ze geen enkele wijziging. Niemand had spijt. Als mensen er bepaalde passages uit willen hebben, gebeurt dat overigens niet zomaar. Dan moet iemand aannemelijk maken dat hij een of ander risico loopt door uitzending. Want dat is mijn basishouding: als iemand er echt schade van ondervindt, zend ik het niet uit. Inmiddels zijn we met een nieuwe serie bezig: Dier vermist. Zeven uitzendingen en ook daaraan werken vrijwel alleen vrouwen mee. V66r de zomer maken we nog zes afleveringen van Alles te koop, over mensen die spullen verhandelen via marktplaats.nl. Daar komen vooral mannen in.'

Hè, gelukkig. Nog even over die winkelwagen-serie. Vonden de supermarkten het goed dat je hun klanten bij de kassa overviel?
‘De meeste wel. Aldi bijvoorbeeld, die de naam heeft nooit iets met de media te willen, was heel meewerkend. Maar we hebben daar toch weinig gefilmd, want Aldi is ongelofelijk ongezellig. Je hebt daar een of twee kassa's met lange rijen mensen die daar in doodse stilte staan. Iedereen kan alles van elkaar horen; dat praat niet lekker Bij C1000, Super de Boer, Albert Heijn en Dirk van den Broek hebben we meer gefilmd; daar is het gezelliger. En bij Deen, een supermarktketen in Noord-Holland.'

Een kenner van het supermarktwezen! Wat zijn de verschillen?
‘Bij de ene zaak hebben ze veel meer kassa's dan bij de andere. De lopende banden verschillen ook. En de caissières hebben verschillende instructies, denk ik. Zo vraagt de caissière bij Deen standaard: "Wilt u de kassabon mee?" Dat hoor je bij de andere niet.'

Nog andere verschillen? Tussen klanten of provincies bijvoorbeeld?
‘We hebben eens een hele dag in Noord-Limburg gestaan. Niemand wilde daar meedoen, dus zo makkelijk en gezellig zijn die Limburgers ook weer niet. In Hoofddorp hebben we ook uren voor niks bij Dirk gestaan. In Hoorn was het juist heel erg makkelijk. Misschien toeval. Ik zie weinig verschil tussen de klanten. Wat wel een groot verschil uitmaakt, is of je in een volksbuurt of een chique buurt bent. In de volksbuurt doet men makkelijker mee.'

Ik zou jou geloof ik ook niet mee naar huis nemen.
‘Hoeft ook niet. Natuurlijk overval ik mensen nogal. Des te leuker als ze open en vrolijk zeggen: "Ja hoor, gaat u maar mee."

Jij bent natuurlijk wel vreselijk. Je laat je camera door het hele huis dwalen en zaagt maar door: ‘Waarom hebt u zo'n volle ijskast? Wie zijn dat op die foto's?'
‘Ik zie veel, ja. En ik wil ook veel weten. Maar mensen kunnen gewoon zeggen: dat gaat je niks aan. Bij die Winkelwagen-reeks viel me op dat Nederlanders hamsteren. Overal zie je overvolle ijskasten en voorraadkasten. Dat heeft vast met de welvaart te maken. Je loopt door de winkel, ziet een lekker blikje of een leuke reclame en denkt: dat neem ik mee. Ik winkel zelf ook zo omdat ik ‘s avonds bij het koken graag uit verschillende dingen wil kunnen kiezen. Vlees of vis, verschillende soorten groenten: zodat ik voor de ijskast kan gaan staan en denken: wat zal ik eens pakken? Nu heb ik nog een smoes voor die volle kasten: in ons dorp - Ilpendam - heb je nauwelijks winkels, dus ik méét wel vooruitkopen. Dat doe ik bij de Turk in Purmerend. Of liever gezegd bij verschillende Turken: de groente Turk, de vlees Turk en de brood-Turk. Allemaal kleine winkeltjes. Rijst, koffie en wc-papier koop ik bij de horeca- groothandel, met kilo's tegelijk. Nee, ik kom niet bij Albert Heijn of Dirk. Die haat ik, ondanks het feit dat ik zo leuk bij ze mag filmen. Bij die grote concerns betaal je eigenlijk heel veel voor de aandeelhouders. Winstmaximalisatie is daar het belangrijkste doel. Mijn linkse hart drijft mij naar de kleine ondernemer. Maar het is ook eigenbelang, want de kwaliteit is er beter, het is er goedkoper en ik kan er nog eens in een appel of een peer knijpen.'

De televisierecensent van de Volkskrant heeft geen goed woord over voor jouw programma's.
‘Daar is de Volkskrant natuurlijk voor, om dingen niet goed te vinden. Ik kan niet in de ziel van die man kijken, maar ik denk weleens: vanwaar die heftige afkeer? De Volkskrant is natuurlijk nog steeds een katholieke krant, hoewel ze al decennialang beweren van niet. Die televisierecensent straalt nog echt een katholieke mentaliteit uit.'

Hoezo?
‘In wezen zegt hij dat de zaken die in mijn programma's aan de orde komen binnenskamers moeten blijven, dat ze niet geschikt zijn voor openbaarmaking. Hij ergert zich eraan dat privédingen van mensen in de openbaarheid worden gegooid.'

Zou dat het zijn? Dat is tegenwoordig toch heel normaal. Op tv gaat alles over ziekte, dood en andere privéproblemen.
‘Hij ergert zich sowieso aan de NCRV, waarvoor ik werk. Maar om nog even terug te komen op dat katholieke: dat houdt in dat alles goed wordt gevonden zolang het maar stiekem gebeurt. Als je zondigt, ga je biechten en dan is het weer oké. Je kunt tekeer- gaan, doen wat je wilt... de biecht trekt alles weer recht. Die stiekeme mentaliteit, dat "zand erover", stuit me mijn hele leven lang al tegen de borst. Eigenlijk ben ik heel calvinistisch.'

Waar kijkje zelf naar op tv?
‘Ik probeer elke avond te kijken, maar het lukt me bijna nooit. De meeste programma's spreken me niet aan. Ik houd sowieso niet van spelletjes, wél van culturele programma's over muziek, schilderkunst of whatever, maar die zijn verdwenen. Alleen op zondagmiddag heb je nog een uurtje. Michiel van Erp? Ja, die maakt wel knappe dingen en daar kijk ik geboeid naar. Maar dat nichterige eraan vind ik vervelend. Al die emotieprogramma's als Spoorloos, Memories, Familiediner... ze boeien me niet. Ze zijn op jacht naar de emotie, willen uiteindelijk tranen opwekken. Dat heb ik zelf helemaal niet. Ik portrerteer gewone mensen. Eigenlijk komt het bij mij altijd op hetzelfde neer: de mens is geen heroïsch wezen maar iemand met veel haken en ogen, meer een tobber dan een held.'

Je filmt nooit Bekende Nederlanders.
‘Daar vind ik niks aan. Die komen al voortdurend in alle andere programma's voorbij, het lijkt wel een ziekte. Die mensen zijn getraind en gestyled tot en met. Ik heb eens een serie met lijsttrekkers moeten doen. Veel gedoe en de helft wilde opeens niet meer meewerken omdat Paul Rosenmöller ze dat had afgeraden. Die had ik als eerste gefilmd en die was not amused. Ik had zeker te veel gevraagd over z'n mooie huis en over wat GroenLinks eigenlijk deed voor al die Nederlanders in achterstandswijken die zich overvallen voelden door allochtone buurtbewoners. Opeens merkte ik dat andere lijsttrekkers weigerden: Balkenende, Melken, Dijkstal. Marijnissen niet, daar had ik altijd een goede band mee. Pim Fortuyn wilde ook altijd. Later heeft Rosenmöller, na het zien van de band, geconstateerd dat het allemaal best meeviel. Hij probeerde z'n collega's weer om te praten, maar dat lukte alleen bij Dijkstal. Nee, laat mij maar ver weg blijven van de Bekende Nederlanders.'

Een van jouw bekendste serie was Buren, over ruzies tussen buren om van alles en nog wat.
‘Het idee kwam voort uit de allereerste film die ik maakte over mijn buren in Ilpendam: De Noord 20 tot 29. In die documentaire zat ook een burenruzie en ik heb dat idee toen verder uitgewerkt en bij verschillende omroepen aangeboden. Die zagen er allemaal niks in. Tijdenlang lag het overal in laden, totdat ik voor de VPRO snel een idee nodig had en het weer eens heb ingeleverd. Roelof Kiers vond het leuk en dus kon ik ermee aan de slag. Ik heb er in totaal afleveringen van gemaakt.'

Toen had je elke omstreden schutting, afgezaagde boom en illegale schuur wel gehad.
‘Nee hoor, ik zou er tot in de eeuwigheid mee door kunnen gaan. Nederlanders zijn een rancuneus en ruziemakend volkje. Desondanks was het erg moeilijk om aan mensen te komen, want het land zit dan wel vol met dit soort ruzies maar men schaamt zich toch om ermee op tv te komen. We waren, via advocaten en kantonrechters, vaak maanden bezig om een zaak voor de camera te krijgen. Ik herken deze ruzies overigens heel goed. Ik heb zelf ook al jarenlang iets vervelends met mijn buren, aan twee kanten zelfs.'

Je meent het. Hoe is dat gekomen?
‘De ene buurvrouw schreeuwt gewoon af en toe nare dingen tegen me. Geen idee waarom, misschien is ze gewoon een beetje vreemd. De andere buurvrouw is boos vanwege een programma dat Rik Zaal en ik ooit hebben gemaakt voor Al'5. Als afsluiting van de serie Zaal over de vloer filmden we toen bij mij thuis. Rik liet de camera naar de tuin van de buren gaan waar de buurvrouw zat te zonnen. Ze ontdekte een puistje in haar decolleté en kneep dat uit Rik en ik kregen er een discussie over of het schending van privacy was om dat te filmen en uit te zenden. Het is uitgezonden en de buurvrouw was pisnijdig. Ze kreeg uiteindelijk 3000 gulden smartegeld van AT5 en de belofte dat het nooit herhaald zou worden.'

Ik kan me de woede van die buurvrouw volledig indenken.

‘0 ja? Tja. Ik zou er geen moeite mee hebben als ze mij in mijn achtertuintje zouden filmen. Wat is privacy? Ik vind dat mensen daar heel erg spastisch over doen, erg overdreven. Zo gauw je buiten bent, bestaat er geen privacy meet Iedereen kan je daar zien en observeren. Alleen als je op de wc zit, zonder raampjes en met de deur op slot, heb je privacy, verder nooit.'

Hou zeg, je lijkt wel een paparazzo.
‘Helemaal niet. Privacy moet je veroveren. Die is er niet automatisch. Als mensen hun gordijnen openlaten, kan ik gewoon zien wat zich in hun huis afspeelt.'

En dat mag je dan ook filmen?
‘Ja, hoor, dat mag ik filmen.'

Spong en Moszkowicz slijpen de messen al. Trouwens: zou jij zelf een programmaker als Frans Bromet ontvangen?
‘Ik denk het wel. Hoewel ik geen makkelijk geval zou zijn, want in tegenstelling tot de meeste mensen in mijn programma's ben ik geen prater. Veel meer een luisteraar. Dat is een van mijn talenten: kunnen luisteren. Er zijn maar weinig mensen die dat een beetje goed kunnen. Praten, vooral iets moeten uitpraten, vind ik vreselijk. Mijn vrouw Anita heeft het daar lang moeilijk mee gehad en dwong me steeds weer om dingen uit te praten. Verschrikkelijk. Ik deed het dan wel, maar het eindigde altijd volstrekt onbevredigend, er kwam nooit uit wat zij wilde. En dat was: een verklaring waarom ik zo stil en teruggetrokken ben, zo bozig of geïrriteerd soms, waarom ik liever een straatje om ga als er een conflict is. Eigenlijk kwam het er altijd op neer dat ik moest veranderen. Dat ik meer zou worden zoals zij hoopte dat ik zou zijn. Maar inmiddels kunnen we ermee leven. Wat wil je: we zijn 62 en nog steeds bij elkaar. En met veel plezier. Anita is mijn rots in de branding. Zij heeft mij erg geholpen bij het overwinnen van de angsten en paniekaanvallen die ik vroeger vaak had. Niet dat ik nu een angstvrij mens ben, ik ben nog altijd dezelfde jongen van toen: afwachtend, gesloten, kat-uit-de-boomkijkerig, bedacht op teleurstelling, weinig van mensen verwachtend. Maar de angst is beheersbaar en dat is heel wat.'

Anita en jij hebben weleens een heftige crisis gehad.

‘Toen we 30 waren en midden in de woeste jaren zeventig zaten. Emancipatie, het ik-tijdperk, de seksuele revolutie: we hebben er flink aan meegedaan en er ernstig onder geleden. Op een gegeven ogenblik had Anita een ander, dus ik van de weeromstuit ook. Wat jij kunt, kan ik ook: die toet Wat was ik jaloers en ongelukkig toen zij een eigen leven ging leiden, los van mij. We hadden twee kleine kinderen en stonden op scheiden. We woonden in die ongelukkige tijd in Monnickendam. Wat ons heeft gered is de overtuiging dat we eigenlijk niet wilden scheiden en het besluit terug te gaan naar Ilpendam, waar we zoveel gelukkige jaren hadden gekend. Én ons besluit om te breken met die buitenechtelijke relaties. Niet dat het toen allemaal direct koek en ei was: dat heeft nog wel een paar jaar geduurd, maar we zijn eruit gekomen. En nu zijn we dus al zo'n veertig jaar samen. Eigenlijk denk ik altijd aan Anita, elk uur van de dag. Als ik nou zo meteen klaar ben met dit gesprek, bel ik haar vanuit de auto op: vertellen hoe het ging.'

Is emancipatie voor jou een nare, beladen zaak geworden?

‘Ik heb geen enkele moeite met sterke vrouwen. In mijn jeugd had ik een stel sterke, gedecideerde tantes om mij heen, vrouwen die wisten wat ze wilden. Mijn punt was dat ik het vreselijk vond om in dat ik-tijdperk te leven: ikke, ikke, ikke en de rest kan stik ken. En met het idee dat vrouwen hetzelfde waren als mannen, in dit geval: net zo polygaam. En dat moest je dan allemaal blij moedig aanvaarden. Ik vond het een vreselijke verruwing en vergroving. Daarbij was ik enorm jaloers, wat me extra ongelukkig maakte. Wat ben ik blij dat die tijd voorbij is. Als ik nu naar de emancipatie kijk, zijn er goede en idiote dingen. Leuk is bijvoorbeeld dat mijn dochter in de plaatselijke politiek zit en het daar goed doet. Ik stem natuurlijk op haar, maar ik vind het onzin om altijd op een vrouw te stemmen. Net zo onzinnig als een voorkeursbeleid voor vrouwen zoals bij de PvdA. Daarmee bestempel je vrouwen als zwak, zielig en onwaardig, als mensen die het niet redden zonder een handje geholpen te worden. Helemaal fout'

Jij vormt met je vrouw, dochters en schoonzoons een bedrijf Bromet & dochters. Is het zo idyllisch als het klinkt?
‘In ieder geval vormen we een hecht gezin, heel anders dan vroeger bij ons thuis. Dat was een partijtje los zand, ik voelde me er onveilig. Dat had alles met de oorlog te maken. Mijn vader was joods, mijn moeder niet. Daardoor hebben wij de oorlog overleefd, in tegenstelling tot veel familieleden van mijn vader. Mijn broer heeft al heel lang geleden gebroken met mijn moeder. Ook ik heb mijn broer al twintig jaar niet meer gesproken, terwijl we een paar kilometer bij elkaar vandaan wonen. We hebben gewoon niks met elkaar.
Nou was mijn moeder niet bepaald een prettige persoonlijkheid, om het zacht uit te drukken. Ze had rare streken. Zo heeft ze de werkgever van Anita een keer opgebeld om - anoniem - te melden dat hij een onbetrouwbare werkneemster in dienst had. Ik heb dat nooit durven uitzoeken, te pijnlijk voor alle partijen. Mijn moeder had er moeite mee dat ik op mijn 24ste, als laatste kind, het huis uit ging. Ach, mijn ouders zijn allebei dood, ik heb het redelijk met hen afgesloten. Terug naar Bromet & dochters. Wij hebben twee dochters en één zoon. De twee meisjes zijn na hun studies - geschiedenis en Nederlands - bij vader in het bedrijf gekomen, dus waarom zou ik dat niet duidelijk laten blijken? Je hebt zoveel bedrijven die Jansen & Zn. heten, dus nu eens Bromet & dochters. Inmiddels werken hun mannen ook in het bedrijf en tot nu toe gaat alles goed. Geen grote conflicten, hoogstens eens een klein ergernisje dat snel uitgepraat wordt.'

Welke programma's zon je nog graag willen maken?
‘Een paar. Bijvoorbeeld een over werk. De gemiddelde mens brengt eenderde deel van zijn leven door op het werk en daar worden nooit programma's over gemaakt. Ja, je mag best in een bedrijf binnenkomen als je een reclamefilm wilt maken of iets voor intern gebruik, zoals we weleens gedaan hebben voor ABN Amro en de Bilderberg Groep. Maar als het om een openhartige televisiefilm gaat, geeft niemand thuis. Dan kun je alleen achteraf praten met ontevreden werknemers die het bedrijf verlaten hebben. We hebben het jarenlang geprobeerd, maar nog altijd bot gevangen.
Verder zou ik graag een programma maken over Nederlandse joden en hun houding jegens Israël. Op een paar uitzonderingen na praten ze het vreselijke beleid van de huidige Israëlische politici allemaal goed. Ik zou graag onderzoeken hoe dat komt. Ook dat idee heb ik al bij verschillende omroepen voorgesteld, maar altijd nul op het rekest. Iedereen is bang voor de Naftaniels en Eversen die onmiddellijk roepen dat je een antisemiet bent als je dit aan de orde wilt stellen. Het duurt nog wel een generatie voordat zo'n programma gemaakt kan worden, vrees ik. Wat vast wél gaat lukken, is het programma Het geheim. Hierover zou ik vooral met mannen willen praten, want die hebben denk ik meer geheimen dan vrouwen. Vrouwen zijn veel openhartiger.'

Wat zijn dat voor geheimen, denk je? Geen moord en doodslag, neem ik aan. Geheime gedachten, erotische fantasieën misschien?
‘Dat heb je al gauw bij mannen, denk ik.'

Jij bent een man, heb jij ook een geheim?
'Jazeker.'

Welk?
‘Ja zeg, dat ga ik jou vertellen.'

Geheime gedachten, erotische fantasieën misschien?
‘Dat zou best kunnen.'


EINDSCORE +6