Nachenius Tjeenk magazine * voorjaar 2009 * Michael Bruyn
Zijn opnametechniek is bedriegelijk eenvoudig, met de camera op de schouder. Zijn droge stijl van interviewen, met het bekende neusverkouden stemgeluid, is dat ook. En natuurlijk moet alles er altijd in één take op staan, vanwege de spontaniteit. Kortom, Frans Bromet heeft een unieke stijl van documentaire maken ontwikkeld, die hij over de jaren steeds verder heeft verfijnd. Dat heeft al veel authentieke reportages opgeleverd, waarbij zijn hoofdrolspelers zichzelf doorgaans zonder bezwaar blootgeven – zonder daarbij in hun hemd te worden gezet. Zijn laatste productie is onlangs afgerond en intussen ook al uitgezonden door de NCRV: de documentaire Slapend Rijk. In deze reportage trekt Bromet een jaar lang op met een aantal wisselend deskundige, maar allemaal actieve particuliere beleggers in aandelen. Een zorgeloos pleziertochtje wordt het niet. “We zien ze langzaam maar zeker de crisis inzeilen”, zo vat Bromet hun bestemming samen.
Via bekende programma’s als De Nalatenschap, Alles te Koop en Failliet of Niet liet Frans Bromet (64) ons al eerder kennis maken met de strijd om bestaan en bezit zoals de typische Nederlander die voert. Het beleggen in aandelen is (of was) de laatste vijtien jaar onze populairste nationale sport; waarom pas kort geleden begonnen aan dit onderwerp? “Ik moest me over een bepaalde tegenzin heenzetten”, vertelt hij. “Ik had aanvankelijk weinig met beleggen. Ik ben nog iemand die vindt dat je er moeite voor moet doen om geld te verdienen. Overtollig geld gewoon voor je laten werken en dus slapend rijk worden, dat vind ik in beginsel iets onethisch hebben. Dat je in stand wilt houden wat je eerder met hard werken verdiend hebt, om de inflatie bij te houden, dat begrijp ik. Dat je je kinderen een start wilt geven, okay. Of dat je een pensioen wilt opbouwen, ook prima. Maar dat je verwacht dat je geld altijd maar dóórgroeit terwijl je zelf achterover leunt, dát deugt in mijn ogen niet.”
Storm steekt op

Begin 2008 zijn de eerste voortekenen merkbaar van de storm die spoedig op de financiële markten zal ontstaan en Bromet voelt dat de ingrediënten voor dramatische taferelen zich aandienen. Hij zet zich over zijn reserves heen en duikt de wereld van het particuliere beleggen in. Al snel maakt hij kennis met een bont gezelschap enthousiaste amateurs én met hun dienstverleners. Ook dat is een kleurrijke stoet van mensen en instellingen. Bromet vangt de meest uiteenlopende typen voor de lens: “Iemand die vastgoed in Montenegro verkoopt. Iemand die de rechten van levensverzekeringen van terminaal zieke mensen opkoopt en ze vóór hun overlijden een bedrag uitkeert. Een man van een grote bank, die op een ondernemer inpraat dat hij zijn spaargeld in aandelen moet beleggen. Als die ondernemer de boot afh oudt, neemt hij bij het volgende bezoek zwaarder geschut van kantoor mee. Samen houden ze net zo lang vol totdat hij overstag gaat. En dan laten ze door hun adviezen in korte tijd meer dan de helft van zijn vermogen verdampen. De man weet zelf niets van beleggen, dus hij moet het allemaal maar over zich heen laten komen.”
Schlemiel tussen de pizzadozen
Sommige particulieren hebben, zonder dat je het aan ze ziet, juist veel beleggingskennis of tenminste -informatie in huis. Maar ook zij worden, zo blijkt al snel, allerminst slapend rijk. Integendeel: het beleggen gaat hun hele leven beheersen en de resultaten zijn onbestendig. Bromet: “We hebben één man gevolgd, die al sinds de middelbare school dag en nacht met beleggen bezig is. Hij ziet er uit als een schlemiel en woont in een klein flatje in ‘n arbeidersbuurt. Maar hij wist wél zo ongeveer uit het niks een bedrag van vierhonderdduizend gulden bij elkaar te krijgen, met opties. Daarna raakte hij alles net zo hard weer kwijt, en moest hij voor het eerst in zijn leven gewoon aan het werk. Na een jaar ploeteren in een bakkerij had hij opnieuw een startkapitaaltje en begon hij weer van voren af aan. Momenteel zit hij weer op tonnen winst, dankzij de put-opties waar hij in belegd heeft .” Tot veel zielerust of levenskwaliteit heeft dat volgens Bromet tot nu toe niet geleid: “Die jongen, hij zal inmiddels begin dertig zijn, komt alleen zijn flat nog uit om de hond uit te laten. Hij leeft tussen de pizzadozen. Hij zit altijd maar achter dat beeldscherm, kan totaal geen afstand meer nemen.” Met ongebreidelde hebzucht heeft dat in zijn geval weinig te maken, taxeert Bromet: “Hij is overmatig bezorgd over de financiële crisis en wat die met mensen zal doen. Hij heeft een enorm plaatsvervangend verantwoordelijkheidsgevoel. Zelfs de winst die hij intussen weer geboekt heeft stemt hem niet gerust: hij vraagt zich steeds af ten koste van wie een voor hem gunstige transactie gegaan is, wie er tegelijkertijd verloren heeft . Hij wordt verpletterd door ethische vragen”.
Verlies nemen

Ook beleggers die zich in het grijze gebied tussen amateur en professional bevinden, komen voor de camera. “Zo is
er een dame die beleggingscursussen geeft aan vrouwen. Je hoort wel eens dat die succesvoller zouden zijn dan mannen, omdat ze voorzichtiger te werk gaan. Nou, deze mevrouw stapt op het verkeerde moment in Fortis en zij haalt net zo goed een enorme zeperd.” Intussen gelooft Frans Bromet dan ook niet meer in de kracht van vrouwelijke intuïtie of in andere soortgelijke generalisaties. Ziet hij op basis van wat hij bij zijn reportage is tegengekomen überhaupt een sleutelfactor voor succesvol beleggen? “Ik geloof dat elke theorie aanvechtbaar is, of in elk geval heel erg tijd- en plaatsgebonden is. Er is niet één methode die voor altijd en eeuwig absolute garanties biedt.” Eén individuele eigenschap die voor een belegger
op termijn de kans op succes vergroot ziet hij wél: “Je verlies durven nemen. En dat is meteen het moeilijkste wat er is.”
Beleggen is verslavend
Als er wat hem betreft verder iets te leren valt van de reportage, dan is het dat de gemiddelde particulier beter door kan gaan met leven dan alles in het teken te stellen van een manische jacht op maximaal rendement. “Als je het een béétje goed wilt doen, dan kost beleggen je enorm veel tijd. En al die tijd die je achter de PC doorbrengt, kun je niet aan leukere dingen besteden. Ik bedoel, je had óók met je kleinkind kunnen gaan wandelen, om maar wat te noemen. Maar beleggen is voor veel mensen een soort verslaving geworden.” Is het een bepaald slag mensen dat door die verslaving wordt getroffen? “Nee, helemaal niet. Het is geen aparte kaste. En er valt ook niets op ze aan te merken. Het zijn heel aardige, vriendelijke, behulpzame mensen.” Was het trouwens een probleem om ze voor de camera te krijgen? “Nee, niet meer dan bij andere reportages. Meestal gaat het wel vrij gemakkelijk. Alleen bij Buren[de fameuze serie over conflicten tussen, inderdaad, buren, red.] was het extreem moeilijk om mensen zo ver te krijgen.” Is praten over geld dan geen taboe meer? “Ja, toch nog wel. Ze hebben het alleen maar over percentages en noemen niet snel absolute bedragen.” En hij voegt er droog aan toe: “Ik vis er natuurlijk wél steeds naar...”
IJssalon op Vlieland
Een kenmerk van verslaving is dat je geen duidelijk motief hebt buiten die verslaving zelf. Veel van de doe-het-zelvende beleggers waar Bromet mee sprak joegen opvallend genoeg geen duidelijk afgerond doel na: het rendement zelf was het doel geworden. Bromet begrijpt dat niet goed: “Waarom steek je zoveel tijd en energie in beleggen, als je niet eens weet wat je met de opbrengst wilt gaan doen? Veel mensen die ik sprak hadden al een goed inkomen, hun pensioen was geregeld en ze woonden al in een leuk huis. Ze hadden dat rendement waar ze zich zo druk om maakten vaak helemaal niet nodig”. Wat zou hij hen in plaats daarvan aanraden? “Doe leuke dingen, waar ook ’n ander nog wat aan heeft . Laatst leerde ik één van de erfgenamen kennen van het Kruidvat kapitaal. Die bouwt nu een ijssalon met bioscoopje eraan vast, op Vlieland. Dat vind ik mooi. Doe iets. Ga weer ondernemen. Geef aan goede doelen, maar dan niet aan grote bureaucratische organisaties. Of help je kinderen en kleinkinderen op weg. Ook weer niet te veel, want ze moeten zelf hun broek leren ophouden.” Het gaat er dus om van dom geld slim kapitaal te maken, dat ingezet wordt voor dingen die het leven veraangenamen. Dat gaat niet zonder eigen inbreng en betrokkenheid. Maar dat is juist waar het de aandelenhobbyist nog wel eens aan schort, vindt Frans Bromet. “Die is heel erg op zichzelf gericht en neigt ernaar, met al zijn getuur naar de terminal, zelf niet veel interessants meer te ondernemen. Zijn wereld wordt steeds kleiner.”
Absurde staatssteun
In dat verband heeft hij nog een andere noot te kraken met de aandeelhouder als zodanig. “Neem al die bedrijven die nu aanspraak maken op staatssteun. Volkomen absurd. Jarenlang hebben ze enorme bedragen aan hun aandeelhouders uitgekeerd. Waarom springen die [aandeelhouders] niet bij, nu hun ondernemingen in de problemen zitten? Waarom moet de belastingbetaler ervoor opdraaien? Laat de aandeelhouder met geld over de brug komen. Ze hebben er eerder ook genoeg van geprofiteerd. Je koopt een stukje van een bedrijf, dan ben je er ook verantwoordelijk voor. En dan moet je je er ook mee bemoeien. Naar aandeelhoudersvergaderingen toe, en zo. Dat besef zie je weinig, zeker bij de particulier.” De huidige crisis op de beurs heeft mogelijk een louterende werking. Bromet ziet parallellen met de huizenmarkt, waar het voorlopig ook weer even afgelopen lijkt te zijn met slapend rijk worden en waar het gewoon weer om plezierig wonen gaat, punt uit. Wakker liggen van de inzakkende vastgoedprijzen doet hij niet. Zijn woonhuis en zijn bedrijfsruimte, allebei in het landelijke, maar toch slechts één kwartier van Amsterdam verwijderde Ilpendam, heeft hij al lange tijd in bezit en beide panden zijn intussen zo goed als hypotheekvrij. “De prijsstijgingen konden me nooit schelen en de waardedalingen van nu interesseren me óók niet. Ik wil gewoon prettig wonen en werken, dat is alles.”
Passie voor film

Plannen om met dat werk te stoppen heeft hij, één jaar verwijderd van de AOW-gerechtigde leeftijd, nog helemaal niet. Zijn productiebedrijf Bromet & Dochters, waar nu ook twee van zijn kinderen werken, loopt als een trein en de naamgever geniet van het werk dat hij doet. Naast zijn televisiewerk houdt hij ook cursussen voor aspirant-reporters en maakt hij bedrijfsfilms. Gaan de dochters het bedrijf op termijn voortzetten? “Dat denk ik niet. Daarvoor is de opzet teveel aan mijn eigen talent gebonden. Maar dat is niet erg. Als ik er ooit mee ophoud, dan zullen ze zelf hun eigen weg vinden. Mijn jongste dochter heeft dat al gedaan. Die is bij mij gestart als editor en is nu een zelfstandig gevestigde freelancer. Nee, ik ga ervan uit dat het bedrijf uiteindelijk stopt. Dat is ook prima zo: het bedrijf is maar een instrument om mijn passie voor filmen mee in de praktijk te kunnen brengen.” Oog voor kwaliteit, gevoel voor wat mensen beweegt en waar het bij een onderneming echt om gaat, relativeringsvermogen, een lange termijn visie, het besef dat alles zijn tijd en plaats heeft – je zou zeggen: daar zit een eersteklas wealth manager in.
Bromet & Dochters heeft ook een ideeële stichting opgericht, die kinderen inzicht wil geven hoe televisiemakers met de werkelijkheid omgaan: www.defrisseblik.nl