Het genre van de betrokken reportage

Het genre van de betrokken reportage

Op dinsdagavond 2 oktober 1951 ging de eerste officiële televisie uitzending de lucht in. Op naar schatting 500 toestellen, in particulier bezit of in de etalages van de elektronische detailhandel, keek Nederland massaal naar het nieuwe medium.
Het televisiebedrijf heeft sinds die start in 1951 een enorme vlucht genomen. Nederland telt inmiddels meer televisietoestellen dan inwoners. Dagelijks kan de kijker kiezen uit tientallen zenders en honderden programma's. Tijdens de eerste jaren van de Nederlandse televisie werden er vooral toespraken en toneelregistraties uitgezonden. In de loop van de twintigste eeuw heeft het medium zich ontwikkeld en zijn er echte televisieprogramma's ontstaan.

In 1951 was televisie nog een wonder voor het publiek. Televisie werd gezien als een overwinning van de mens op de natuur. Het nieuwe medium was zelfs zo indrukkwekkend dat veel mensen er bang voor waren. Maar ook dat is veranderd. Tegenwoordig zijn mensen volledig vertrouwd met het medium. Er is weinig meer dat de kijker nog kan verbazen. Er begint zelfs 'televisiemoeheid' op te treden. Televisie gaat een steeds kleiner rol spelen in het leven van mensen. Dat komt enerzijds door de opkomst van nieuwe media als internet. Maar dat komt ook omdat televisiemakers in Hilversum te weinig met hun tijd meegaan. Om het enorme productieniveau op peil te houden wordt het gros van de programma's op een bijna industriële wijze gemaakt. In een tijdperk dat mensen een groeiend belang hechten aan producten die voldoen aan specifieke en individuele wensen, is televisie nog een ouderwets en theatraal massaproduct. Als dat op korte termijn niet verandert zal het medium televisie in de vergetelheid raken. En daarom experimenteren wij al een aantal jaar met een nieuw soort televisie.

Uitgangspunt van ons experiment is de gedachte dat de werkelijkheid zich niet in scène laat zetten. De ervaren televisiekijker ziet in een oogopslag wanneer de werkelijk wordt nagespeeld. Authenticiteit is dan ook het toverwoord. Mede daarom hebben we ervoor gekozen de studio uit te bannen en de wijde wereld in te trekken, waar de hoofdpersonen van onze programma's in hun eigen natuurlijke omgeving worden aangesproken. Een ontmoeting tussen maker en geïnterviewde moet zo natuurlijk mogelijk verlopen. Daarom gaan onze programmamakers het liefst alleen op pad, maken ze gebruik van kleine camera's, worden locaties niet uitgelicht en blijft het statief thuis. Dit alles om het intimidatiegehalte van een cameraploeg te minimaliseren.
De programma's die wij maken zijn een weerslag van de ontmoeting tussen de maker en de geïnterviewde. Dat betekent dat de maker een 'aanwezig karakter' is. Hij mag zonder terughoudendheid zijn eigen gevoelens en gedachtes uitspreken en is in die zin onvervangbaar. Ook bestaan er tussen beide geen geheime afspraken. Voor zover afspraken en een zekere mate van manipulatie onvermijdelijk is, moeten deze een duidelijk onderdeel van het programma zijn. Ook in de montage wordt de werkelijkheid niet mooier gemaakt dan die is. Springers worden er niet met behulp van tussenshots uitgehaald. Dat zou een continuïteit suggereren die niet bestaat.
In tegenstelling tot de norm, geven onze programma's geen vertroebeld beeld op de werkelijkheid. De kijker wordt niet voor de gek gehouden. Wij noemen het soort televisie dat wij maken 'de betrokken reportage'. Het maken van een betrokken reportage vereist een speciaal talent. Omdat iedere re-take ten koste gaat van de spontaniteit van het interview en de kwaliteit van het materiaal, kan een interview maar een keer worden gehouden. Een gemiste opening in een gesprek is fataal. De reportagemaker is een ambachtsman die een uniek en kwalitatief hoogstaand product aflevert.


Albert Klein Haneveld
Januari 2000